Archeologie in het Neanderland
De kleine Feldhofer grot geniet als vindplaats van de beroemde fossielen van de Neanderthaler wereldwijde bekendheid. Opgravingen uit 1997 en 2000 door het Rheinische Amt für Bodemdenkmalpflege brachten naast menselijke skeletresten ook stenen artefacten en resten van jachtbuit aan het licht. Mede daardoor werd het voor het eerst mogelijk, iets over de levenswijze van de Neanderthaler uit de kleine Feldhofer grot te weten te komen. Aanvankelijk werden negen grotten aangetoond, die waarschijnlijk stuk voor stuk sporen van mensen uit de ijstijd bevatten. De vondsten van de Hochdahler Kante getuigen van nederzettingen op lösssedimenten in de open lucht.
De vondsten uit het Neanderdal en uit soortgelijke Middel-Europese vindplaatsen doen vermoeden, dat de glooiende heuvels en kleine dalen van het Neanderland een ideale locatie voor bewoning waren. Daarvan getuigen ook de vele vindplaatsen uit de vroegere Steentijdperiode. Tot dusver zijn er echter geen bewijzen van bewoning tijdens de laatste ijstijd gevonden. Door systematische prospectie en het in kaart brengen van vondsten streeft men naar duurzame verbetering van het wetenschappelijk onderzoek.
In samenwerking met het Rheinische Amt für Bodendenkmalpflege (Overath) ondersteunt het Neanderthal Museum sinds 2003 archeologen en leken bij hun werk met de bodemmonumenten uit de Steentijd in deze regio. Door middel van theoretische en praktische uitleg wordt de herkenning en betekenis van artefacten doorgegeven. Nieuwe vondsten worden gedetailleerd besproken. Dit onderzoek vormt de basisvoorwaarde voor de toekomstige ontdekking van vindplaatsen uit de ijstijd.

















