Voedsel in Steentijd


Om aan voedsel te komen jaagden de Neanderthalers op rendieren, wilde paarden of wisenten en verzamelden eetbare planten, bessen en wortels. Natuurlijk lustten ze ook wel een visje en schelpdieren. Daarvoor moesten ze in hun leefomgeving goed bekend zijn, sporen kunnen lezen en giftige van eetbare planten kunnen onderscheiden.

Als jagers en verzamelaars volgden zij de grote dierenkuddes, maar ze jaagden nooit méér dieren dan dat zij op konden.